top of page
Zoeken

Broeder Bartje en de kunst van het terugvinden

28 sep
5 minuten om te lezen

Parkeergarage met geparkeerde auto’s en pilaren in verschillende kleuren, voorzien van grote letters en cijfers om parkeerplaatsen herkenbaar te maken.
De weg kwijt in een parkeergarage

Ik was laatst op Lanzarote en ging met de auto naar een winkelcentrum. Niets bijzonders zou je zeggen. Je parkeert je auto, gaat lekker een beetje winkelen en daarna loop je weer terug naar je auto. Tenminste, dat was mijn eenvoudige plan. Totdat ik de parkeergarage binnenreed en daar eens goed om me heen keek. Ik dacht werkelijk: zo, hier is iemand ooit zijn auto kwijtgeraakt.En ik bedoel dan niet even vijf minuten zoeken omdat je niet meer precies weet waar je hem hebt neergezet. Nee, ik kreeg het idee dat iemand hier op een dag zo genoeg van het zoeken had gekregen dat hij zijn autosleutels waarschijnlijk gewoon heeft weggegooid en een nieuwe auto is gaan kopen.


Want werkelijk iedere pilaar had iets. Een letter, een cijfer en ook nog een kleur. Rode pilaren, blauwe pilaren en allerlei combinaties waar mijn hoofd spontaan een beetje van begon te kraken. D7, D8, AA9, BB10… Ik stond ernaar te kijken alsof ik zojuist was aangenomen bij de NASA en eerst maar eens moest uitzoeken hoe dit parkeersysteem precies in elkaar zat. Ik zag patronen, ik probeerde verbanden te leggen en ik dacht: Bartje, even opletten, dit moet toch te begrijpen zijn? Maar hoe langer ik keek, hoe minder ik het begreep. Er stond zoveel informatie dat ik uiteindelijk vooral wist dat ik ergens in een parkeergarage stond.


En eerlijk is eerlijk, ik snap de bedoeling natuurlijk wel. Je wilt je auto terug kunnen vinden. Dat is best handig. Zeker als je, zoals ik, na een paar uur winkelen alweer even moet nadenken waar je ook alweer vandaan kwam. Maar ik moest er vooral om lachen. Volgens mij heeft degene die dit bedacht heeft ooit zelf zijn auto niet terug kunnen vinden en daarna een persoonlijke missie gemaakt van het feit dat niemand ooit nog zijn auto kwijt mocht raken. Dus hup, op iedere pilaar een letter, een cijfer, een kleur en waarschijnlijk ergens nog een geheim wachtwoord voor het geval je tóch verdwaalt. Het idee is waarschijnlijk geweest: hoe meer informatie we geven, hoe makkelijker het wordt. Alleen stond ik daar na vijf minuten vooral te denken: misschien moet ik gewoon achter iemand aanlopen die zijn auto wél weet te vinden.


En terwijl ik daar zo rondliep, moest ik ineens aan de ouderenzorg denken. Misschien een beetje een vreemde gedachte als je tussen de geparkeerde auto’s op Lanzarote staat, maar toch zit daar voor mij een mooie overeenkomst in. Want ook in de ouderenzorg proberen we voortdurend om mensen te helpen hun weg te vinden. Zeker wanneer iemand dementie heeft, wordt de wereld soms steeds minder vanzelfsprekend. Wat voor ons logisch is, hoeft voor iemand anders helemaal niet logisch te zijn. En juist daar kunnen wij soms de neiging hebben om nóg meer informatie toe te voegen. Een groot bord op de deur, een duidelijke tekst, een pijl erbij en voor de zekerheid misschien nog een pictogram. Dan denken wij: nou, duidelijker kan het niet meer.


Maar is dat eigenlijk wel zo?


Ik moest bijvoorbeeld denken aan een mevrouw met dementie die ik ooit heb meegemaakt. Zij wilde heel graag naar huis en was daardoor behoorlijk onrustig. Ze liep de locatie uit en ik liep met haar mee. Uiteindelijk kwamen we samen bij een openstaand hek. We keken elkaar aan en ze vroeg: “Zullen we tot die auto lopen?”Dus dat deden we. We liepen samen naar die auto en daar had ik eigenlijk geen ingewikkeld zorgplan voor nodig. Ik hoefde geen verhaal te vertellen over waarom ze niet naar huis kon en ik hoefde haar ook niet uit te leggen waar ze was. Ik vroeg haar gewoon of ze zin had in een lekkere smoothie. “Ja, lekker!” zei ze. En zo liepen we samen weer rustig terug.



Dat moment is me bijgebleven, omdat het zo eenvoudig was. Soms zijn wij geneigd om een probleem op te lossen met informatie, terwijl iemand helemaal niet zit te wachten op meer informatie. Soms is er iets anders nodig. Aansluiting, herkenning, iets vertrouwds of iets waar iemand op dat moment betekenis aan geeft.


Dat zie je ook terug in hele gewone dingen binnen de ouderenzorg. Neem bijvoorbeeld het toilet. Voor mij is een toilet gewoon een toilet. Ik hoef daar niet eens over na te denken. Maar voor iemand met dementie kan een witte toiletpot tegen een witte muur met witte tegels ineens veel minder duidelijk zijn. Een zwarte wc-bril kan dan door het contrast veel beter zichtbaar zijn en daardoor helpen om te begrijpen waarvoor die ruimte bedoeld is. Dat vind ik eigenlijk een prachtig voorbeeld van hoe iets heel kleins een groot verschil kan maken.


En dan zie ik soms op een deur heel groot WCstaan. En dan moet ik eerlijk bekennen dat ik daar tegenwoordig iets vaker naar kijk. Want ik denk dan: ja Bartje, jij weet natuurlijk precies wat WC betekent, maar wat als jij dementie zou hebben? Zou je dan nog weten dat WC staat voor het toilet? Ik vind dat zelf altijd een beetje een ongemakkelijke gedachte, want ik loop natuurlijk ook graag rond alsof ik alles begrijp. Maar misschien is het juist goed om jezelf af en toe die vraag te stellen. Niet: “Is het voor mij duidelijk?”maar: “Is het duidelijk voor degene die hier straks voor staat?”


En zo stond ik dus op Lanzarote tussen al die pilaren met letters, cijfers en kleuren en begon ik opeens iets anders te zien dan alleen een parkeergarage. Ik zag eigenlijk een klein voorbeeld van iets waar we in de ouderenzorg iedere dag mee bezig zijn. Wij kunnen iets heel logisch vinden omdat wij het systeem kennen. Wij weten wat D7 betekent, wij weten dat WC een toilet is en wij begrijpen dat die pijl naar links betekent dat je linksaf moet. Maar voor iemand die door dementie steeds meer moeite krijgt met het interpreteren van zijn omgeving, werkt dat niet altijd zo.


Misschien is dat wel het verschil tussen informatie geven en iemand werkelijk helpen. Het is niet altijd de vraag hoeveel we kunnen vertellen, hoeveel bordjes we kunnen ophangen of hoe groot we de letters kunnen maken. Soms moeten we juist een stap terug doen en ons afvragen wat iemand nog herkent. Wat iemand ziet. Wat iemand begrijpt. En wat iemand helpt om zelfstandig de volgende stap te zetten.


Dus misschien moet ik die parkeergarage op Lanzarote achteraf toch maar wat meer waarderen. Al hoop ik wel dat ik mijn auto de volgende keer gewoon in één keer terug kan vinden. Want ondanks al die kleuren, letters en cijfers heb ik mezelf daar inmiddels toch maar mooi bewezen dat je zelfs mét een compleet navigatiesysteem op een pilaar nog gewoon ouderwets kunt verdwalen.


Misschien is dat uiteindelijk wel de mooiste les: meer informatie maakt iets niet automatisch duidelijker. Soms wordt iets pas echt duidelijk wanneer het aansluit bij wat iemand kan herkennen. En misschien begint goede ouderenzorg precies daar.

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page