top of page
Zoeken

Mijn omaatje en meneer Dementie


Vandaag schrijf ik met een zwaar, maar warm hart.

Een verhaal dat me vormt.

Een verhaal over mijn omaatje.


En over haar reis haar strijd met meneer Dementie.

Mijn omaatje was het anker van onze familie.

Zorgzaam tot in haar vingertoppen. Ze stond altijd klaar.

Voor de buren, voor haar kinderen, voor mij.

Altijd koffie. Altijd koek. Altijd aandacht.


Haar blik kende je nog voordat je iets had gezegd.

En haar stem... die had dat geruststellende.


Alsof je vanzelf even tot stilstand kwam als zij sprak.

Bij haar zijn gaf me rust. Vertrouwen.


Onze band was meer dan bloed; het was een stille taal,

een begrijpen zonder woorden.


Maar toen klopte hij aan.

Niet luid. Niet dreigend.


Meneer Dementie kwam als een fluistering binnen.

Eerst vergat ze waar de koffie stond.

Later vroeg ze vaker naar de tijd.


Maar al snel kwamen ook de vragen met randen van angst.

Was dit de juiste dag? Was ik nog wie ik was?


Ze werd onzekerder. Banger.

En soms, als het donker werd, ook achterdochtig.

Niet omdat ze dat wilde maar omdat de wereld

voor haar steeds minder houvast bood.


Er waren avonden dat ze me meerdere keren belde.

Geen fijne gesprekken, maar belletjes vol onrust.


Vol paniek.

En ik nam op.

Elke keer weer.

Want ergens, achter de warboel van gedachten,

zat nog steeds mijn omaatje.


Er waren momenten dat haar blik helder werd.

Heel even.

Een glimlach die uit vroeger leek te komen.

Een grapje dat alleen wij samen snapten.


En dan dacht ik: daar ben je weer.


Maar er waren ook nachten dat ik wakker lag.

Twijfelend of ik het goed deed.

Of er iets was wat ik over het hoofd zag.

Of we haar genoeg rust, genoeg liefde, genoeg zekerheid gaven.


Nu ik zelf in de zorg werk, snap ik beter:

Soms valt er niets op te lossen.

Soms is ‘er zijn’ alles wat je kunt geven.

Gewoon blijven. Stil naast iemand staan. Niet weglopen.


Ik heb het nooit hardop gezegd,

maar diep vanbinnen waren er momenten

dat ik hoopte dat ze haar rust zou vinden.

Dat ze herenigd zou worden met opa.

Niet omdat ik haar kwijt wilde 

maar omdat ik haar vrede gunde.


Dat is een dubbel verdriet.

Verlangen naar iemands rust,

terwijl je haar eigenlijk niet kunt missen.

Meneer Dementie is een lastige gast.


Hij neemt veel, maar soms laat hij ook iets moois toe.

Een moment van herkenning. Een aanraking. Een traan. Een glimlach.


En juist die momenten laten me geloven

dat ook een leven mét dementie

nog betekenis kan hebben.

Dat mensen met dementie

geen diagnose zijn,

maar mensen blijven.

Met waarde. Met gevoel. Met recht op verbinding.


Zoals Teun Toebes zo raak zegt:

“Anders kijken is anders doen.”


Zolang we alleen de ziekte zien, verliezen we de mens.

Maar als we blijven kijken met zachtheid,

met nieuwsgierigheid, met medemenselijkheid,

dan zien we onze vaders, moeders, opa’s en oma’s weer terug.


Broeder Bartje

👉 Wil jij ook bijdragen aan een samenleving waarin mensen met dementie écht gezien worden? Blijf kijken. Blijf zacht. En vergeet de mens niet achter de mist.

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
Verbouwen

Ik ben me er heel bewust van dat ik gezegend ben dat ik kan verbouwen. Jaren sparen en dan iets kunnen realiseren waar je van droomde, dat is luxe. En toch doet een verbouwing iets met me. Meer dan ik

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page