top of page
Zoeken

Sommige spiegels hangen niet aan de muur.

26 sep
4 minuten om te lezen

Van de week stond ik in een paskamer een nieuwe trui te passen. Zo’n paskamer met spiegels aan alle kanten. Recht voor je zie je jezelf, links zie je jezelf en als je een beetje ongelukkig draait, kom je jezelf rechts ook nog een keer tegen. Je zou bijna denken dat één Bartje wel voldoende is, maar blijkbaar vond de ontwerper van die paskamer daar iets anders van.


Ik keek naar die trui, draaide wat heen en weer en moest eigenlijk wel lachen. Hij stond prima. Niks mis mee. Toch bleef mijn blik op een gegeven moment niet meer bij die trui hangen, maar bij mezelf. Misschien kwam het door al die spiegels, misschien omdat het deze week de Week tegen Pesten is. Ineens dacht ik aan vroeger.


Aan hoelang woorden eigenlijk kunnen blijven hangen.


Pesten stopt namelijk niet altijd op het moment dat degene die pest zijn mond houdt. Soms draag je bepaalde opmerkingen nog jaren met je mee. Je kunt ouder worden, een vak leren, mensen verzorgen, verantwoordelijkheden krijgen en ondertussen een heel leven opbouwen, maar ergens kan nog altijd dat jongetje zitten dat ooit heeft geleerd om eerst even goed om zich heen te kijken voordat hij zichzelf helemaal durft te laten zien.


Dat gevoel is bij mij niet verdwenen. Ik kan er inmiddels gelukkig veel beter mee omgaan. Het heeft mij op sommige punten zelfs sterker gemaakt. Ik weet beter wie ik ben, durf steeds vaker gewoon mijn plek in te nemen en heb geleerd dat een ander niet bepaalt wat ik waard ben. Maar sterker worden betekent niet dat alles wat pijn heeft gedaan ineens uitgewist is. Er zijn nog steeds momenten waarop een opmerking net iets harder binnenkomt dan bedoeld, of waarop die oude onzekerheid onverwacht weer even naast mij komt zitten.


En weet je, daar schaam ik mij niet voor.


Misschien denken we bij pesten nog te vaak aan een schoolplein. Aan kinderen die worden uitgelachen omdat ze anders praten, andere kleding dragen of simpelweg niet binnen het groepje passen. Natuurlijk gebeurt dat, en ieder kind dat daarmee te maken krijgt is er één te veel. Maar pesten houdt niet automatisch op wanneer je je schooltas voor de laatste keer neerzet.


Ook volwassenen kunnen elkaar behoorlijk raken.


Op het werk bijvoorbeeld. Een collega die steeds buiten gesprekken wordt gehouden. Grapjes die telkens over dezelfde persoon gaan. Iemand die structureel wordt genegeerd, kleiner gemaakt of achter zijn rug om onderwerp van gesprek wordt. Soms wordt het weggewuifd met: “Ach, zo bedoelen we het toch niet?” Maar degene die iedere dag met een knoop in de maag naar zijn werk gaat, heeft daar natuurlijk weinig aan.


Gelukkig werk ik zelf bij een werkgever waar ik mij absoluut veilig voel. Dat vind ik belangrijk om ook hardop te zeggen. Ik weet dat er ruimte is om iets bespreekbaar te maken wanneer iets niet goed voelt en dat ik daar serieus in genomen word. Die veiligheid zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is helaas niet overal zo. Daarom vind ik ook dat je iets mág zeggen wanneer grenzen worden overschreden. Sterker nog, soms moet je dat juist doen. Niet alleen voor jezelf, maar soms ook voor die collega die op dat moment niet goed weet hoe.


In de ouderenzorg kom je het onderwerp trouwens op nog een andere manier tegen. Want ook onder ouderen bestaat pesten. Dat klinkt voor sommige mensen misschien vreemd. Alsof je op een bepaalde leeftijd vanzelf te oud zou worden voor buitensluiten, roddelen, nare opmerkingen of groepsvorming. Maar zo werkt een mens blijkbaar niet.


Ook in een woonzorgcentrum kan iemand niet aan een tafel mogen zitten omdat een ander dat liever niet heeft. Er kunnen opmerkingen worden gemaakt over iemands uiterlijk, gedrag of achtergrond. Soms wordt één bewoner telkens het mikpunt van grapjes. En wat voor de één een klein plagerijtje lijkt, kan voor de ander iedere dag opnieuw betekenen dat hij zich niet welkom voelt in zijn eigen woonomgeving.


Daar ligt voor ons in de zorg ook een taak.


Niet om overal direct met een opgeheven vingertje tussen te springen, maar wel om goed te blijven kijken. Wie trekt zich steeds verder terug? Wie schuift niet meer aan bij de koffie? Waarom wil iemand opeens niet meer mee naar een activiteit waar hij vroeger graag kwam? Achter gedrag zit vaak een verhaal en soms begint dat verhaal simpelweg bij het gevoel dat iemand er niet bij hoort.


Misschien raakt dat onderwerp mij daarom nog altijd zo. Omdat ik uit eigen ervaring weet hoeveel invloed anderen kunnen hebben op hoe je naar jezelf kijkt. Woorden kunnen iemand kleiner maken. Buitensluiten kan ervoor zorgen dat iemand zichzelf uiteindelijk ook maar terugtrekt. En andersom kan één persoon die naast je gaat staan soms al genoeg zijn om dat patroon te doorbreken.


Toen ik daar in die paskamer stond, zag ik mezelf dus van drie kanten. De jongen die vroeger geraakt werd door wat anderen van hem vonden, de man die geleerd heeft daar steeds beter mee om te gaan en de verzorgende die nu probeert goed te kijken naar mensen bij wie misschien precies hetzelfde gebeurt.


Alle drie horen ze bij mij.


Misschien is dat ook wat sterker worden uiteindelijk betekent. Niet dat je nooit meer geraakt wordt. Niet dat oude gevoelens voorgoed verdwijnen. Maar dat je ze herkent wanneer ze terugkomen en niet meer automatisch gelooft wat ze je vertellen.


De trui heb ik trouwens nog steeds even goed bekeken. Want voor je het weet schrijf je in een paskamer een complete levensbeschouwing en sta je een half uur later nog steeds met hetzelfde prijskaartje aan je mouw.


Maar toen ik naar buiten liep, bleef vooral één gedachte hangen.


Pesten heeft geen vaste leeftijd en geen vaste plek. Het gebeurt op school, op het werk, online en soms zelfs op plekken waar mensen juist afhankelijk zijn van elkaars nabijheid. Daarom mogen we er nooit te makkelijk over denken.


Kijk een beetje naar elkaar om. Vraag eens waarom iemand stil wordt. Lach niet automatisch mee omdat de rest dat doet. En wanneer iets voor jou niet goed voelt: zeg het.


Want soms heeft iemand helemaal geen grote held nodig.



Man met bril past een geel-blauw gestreepte trui in een paskamer en is vanuit verschillende hoeken zichtbaar in de spiegels.

Alleen iemand die besluit niet mee te doen.

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page