top of page
Zoeken

Dat ene kopje koffie te veel

7 jun
2 minuten om te lezen

Laatst schonk ik automatisch een kopje koffie te veel in.


Pas toen ik met de kan langs de tafel liep en mijn blik op een lege plek viel, besefte ik weer dat zij er niet meer was. Het was zo'n moment dat maar een paar seconden duurt, maar toch even binnenkomt. Mijn handen deden wat ze altijd deden, zonder nadenken. Zoals dat gaat wanneer iets een gewoonte is geworden.


Dat kleine moment bracht me terug naar de afgelopen week. Een periode waarin een daggast thuis overleed en een andere daggast op de actieve lijst werd geplaatst voor een opname. Twee verschillende situaties, maar allebei momenten waarop je beseft dat er iets verandert.


Afgelopen donderdag zijn we daarom met de hele groep naar de kapel op Kempenland geweest. Samen hebben we een kaarsje gebrand en stilgestaan bij het overlijden van onze daggast. Er was ruimte voor herinneringen, stilte en verdriet. Wat is het mooi om dit op deze manier samen te kunnen doen. Juist op zulke momenten merk je hoe sterk de verbondenheid binnen de groep is.


In de loop der jaren heb ik regelmatig gehoord dat ik te betrokken ben. Soms als compliment, soms als waarschuwing. En eerlijk gezegd heb ik daar best vaak over nagedacht. Want wanneer ben je betrokken en wanneer ben je té betrokken?


Als verzorgende IG loop je een stukje mee in het leven van mensen. Je leert niet alleen de persoon kennen, maar ook de verhalen, gewoontes en kleine rituelen die daarbij horen. Zonder dat je het merkt, ga je om mensen geven.


Zo hadden wij ook ons vaste ochtendritueel. Wanneer zij binnenkwam, vroeg ik steevast: "Heb jij zin in een kopje thee?" Dan keek ze me met haar ondeugende pretoogjes aan en antwoordde heel stellig: "Neeeeeeeee, koffie!" Het was iedere ochtend hetzelfde gesprek. En toch moesten we er allebei telkens weer om lachen.


Dat zijn de dingen die blijven hangen. Niet de rapportages, de drukte van de dag of de lijstjes die af moeten. Maar juist die kleine momenten waarop je elkaar gewoon ontmoet als mens.


Vroeger dacht ik dat professionaliteit betekende dat je gevoelens zoveel mogelijk buiten de deur liet. Inmiddels kijk ik daar anders naar. Wanneer iemand overlijdt of weggaat, voel ik dat. Niet zo dat ik erdoor vastloop, maar wel genoeg om er nog eens aan terug te denken.


Wat ik heb geleerd, is dat dat gevoel er mag zijn. Op zulke momenten denk ik terug aan de mooie herinneringen. En langzaam maakt het verdriet plaats voor dankbaarheid. Dankbaarheid dat ik een stukje met iemand heb mogen meelopen en aanwezig mocht zijn in een kwetsbare periode van iemands leven.


Misschien ben ik dan inderdaad te betrokken.


Maar als betrokken zijn betekent dat je mensen blijft herinneren om hun glimlach, hun verhalen en hun vaste kopje koffie, dan zou ik niet weten hoe ik het anders zou willen doen.


Broeder Bartje


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page