Na de vakantie: weer met beide benen op de grond
- bartpookvennix
- 12 okt 2025
- 2 minuten om te lezen

De vakantie zit er weer op. De koffer is uitgepakt, de wasmachine draait overuren en de koelkast vult zich langzaam weer met gewone boodschappen. Toch blijft er altijd één moment van vakantie hangen in mijn hoofd: het vliegen. Niet zozeer de bestemming of het uitzicht boven de wolken, maar het instappen zelf.
De eed vliegt mee
Sinds ik mijn diploma in de zorg heb gehaald en daarvoor ook de eed heb afgelegd, stap ik anders een vliegtuig in. Voor veel mensen begint een vlucht bij de eerste slok cola of het opstarten van een film. Voor mij begint het al bij het boarden.
Meestal zit ik achterin, maar je stapt natuurlijk voorin in. En dus loop ik langs rijen stoelen, koffers die half uitsteken en mensen die net iets te vroeg hun handbagage openritsen. Voor de meeste reizigers gewoon een wandelingetje, voor mij een soort mini-inspectie.
Klinisch redeneren op 10.000 meter
Mijn brein gaat vanzelf aan.
Ik zie steunkousen en denk: daar zit iemand die waarschijnlijk wat hulp nodig heeft met de circulatie.
Een zweetdruppeltje op het voorhoofd: is dat spanning of misschien meer.
Een Freestyle Libre sensor op de arm: diabetes.
En zo gaat het rijtje in stilte verder. Alsof ik klinisch redeneer met elke pas die ik zet. Niet omdat ik angstig ben, maar omdat mijn eed nog altijd in mijn rugzak zit.
Altijd paraat
Want stel dat er een omroep komt: “Is er een verpleegkundige aan boord?” Dan weet ik dat ik moet opstaan. Niet omdat ik wil, maar omdat ik dat heb beloofd. En die belofte draag je niet alleen in een verzorgingshuis, maar overal. Zelfs op tien kilometer hoogte, tussen een zakje zoute crackers en een kop koffie.
Het maakt elke vlucht toch een beetje spannend. Ik heb zelfs al filmpjes gekeken over wat er allemaal in de medische kist zit die ze aan boord hebben. Fascinerend. Het enige wat ik nog net niet doe, is zelf door de intercom roepen: “Dames en heren, vandaag eten we geen pinda’s, voor het geval dat…”
Gelukkig nog nooit nodig
Gelukkig is het tot nu toe nog nooit nodig geweest om in actie te komen. Maar toch, elke keer als ik mijn stoelriem vastklik, zit erachter in mijn hoofd een kleine spanning: wat als… Misschien is dat ook wel het mooie van zorg verlenen. Je zet het nooit af, je stopt het nooit helemaal weg. Ook niet op vakantie.
En dan, wanneer het vliegtuig weer landt en ik met beide benen op de grond sta, voel ik altijd een diepe opluchting: we zijn er allemaal weer veilig.
Terug naar mijn roeping
Nu de vakantie voorbij is kijk ik met een glimlach vooruit. Ik ben dankbaar dat ik even mocht opladen, maar ik ben vooral blij dat ik straks weer de daggasten mag begroeten en weer mag gaan werken in het verzorgingshuis. Daar ligt mijn hart, daar ligt mijn roeping.
En mocht KLM of Transavia dit lezen: nodig mij gerust eens uit om een kijkje te nemen achter de schermen, want ik ben razend benieuwd hoe het er écht aan toegaat als er iets gebeurt in de lucht.
Broeder Bartje
Opmerkingen