Ons liedje
- bartpookvennix
- 3 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Witte Donderdag, 1 april 2021.
Zo’n datum die zich stilletjes in je hart nestelt en daar blijft zitten, alsof hij nooit meer weg wil.
Mijn omaatje en ik zaten samen op de bank. Zoals zo vaak. Geen haast, geen gedoe. Gewoon een kopje koffie en samen kijken naar The Passion. Het soort avond dat nergens bijzonder lijkt, maar achteraf alles blijkt te zijn.
En toen begon het.
Freek Bartels zong: “Ik ben er voor jou.”
Er gebeurde niets groots. Geen bliksemflits, geen engelenkoor (al zou dat best gepast zijn geweest). Maar iets kleins. Iets echts.
We keken elkaar aan.
En zonder dat we iets hoefden te zeggen, wisten we het allebei:
Dit is ons liedje.
Mijn omaatje was gelovige. Niet van grote woorden, maar van kleine daden. Ze geloofde zoals je een jas draagt: vanzelfsprekend, warm, en altijd dichtbij. Haar geloof gaf haar rust, zelfs toen het leven langzaam ingewikkelder werd.
Want ja… het leven liet zich niet temmen.
Dementie kwam zachtjes binnen, alsof het eerst alleen even kwam kijken. Maar het bleef. En beetje bij beetje nam het dingen mee. Herinneringen. Zekerheden. Soms zelfs momenten.
Maar wat het niet kon meenemen, was gevoel.
En misschien… misschien is dat wel het geheim van alles.
“Niemand vertelt je hoe je leven lopen zal…”
Nee, dat doet niemand. En eerlijk gezegd: als ze het wel deden, zouden we het toch niet geloven.
In de ouderenzorg zie ik het elke dag. Mensen die onderweg iets zijn kwijtgeraakt. Soms hun geheugen, soms hun houvast, soms een stukje van zichzelf. En toch… blijft er altijd iets over. Iets wat niet stuk te krijgen is.
En dan die ene zin:
“Ik ben zo dichtbij, want ik ben er voor jou.”
Kijk, daar zit het ‘m in.
Niet in oplossingen. Niet in perfecte antwoorden. Maar in aanwezigheid.
Gewoon… er zijn.
Naast iemand zitten zonder haast.
Een hand vasthouden zonder reden.
Samen stil zijn zonder dat het ongemakkelijk wordt (al lukt dat in Nederland niet altijd, we willen toch vaak even iets zeggen 😉).
Mijn omaatje kon op een gegeven moment niet alles meer onder woorden brengen. Maar als ik bij haar was, zag ik genoeg.
In haar ogen.
In een glimlach die alles zei.
In een kneepje in mijn hand dat voelde als: “Ik weet dat jij er bent.”
“Je hoeft niets uit te leggen…”
Wat een opluchting is dat eigenlijk.
Nu ze er niet meer is, is dat liedje alleen maar gegroeid. Alsof ze me toen al iets meegaf. Een soort levensles, verpakt in muziek.
Alsof ze dacht: “Voor straks, jongen. Als ik er niet meer ben.”
En soms… als het stil is, hoor ik het weer.
“Zeg me waar en hoe en ik kom naar je toe…”
En dan glimlach ik een beetje.
Niet verdrietig. Niet alleen maar gemis. Maar ook iets zachts.
Want wie weet…
misschien is ze er nog steeds.
Gewoon… dichtbij.
Liefs Broeder Bartje
Opmerkingen