Terug
- bartpookvennix
- 12 apr
- 2 minuten om te lezen

Afgelopen vrijdag liep ik weer even door die bekende gang.
Niet zoals anders, niet in mijn gewone ritme, maar gewoon… even een uurtje. Na een periode thuis te zijn geweest door ziekte.
En eerlijk is eerlijk, ik vond het spannend.
Je stapt toch weer een wereld binnen waar alles doorgaat. Waar collega’s doorwerken, waar daggasten hun dag hebben, waar het leven niet stil heeft gestaan omdat jij er even niet was. En ergens vraag je je dan af… pas ik er nog wel in, na die weken?
Maar nog voordat ik daar echt over na kon denken, werd ik al begroet.
Niet met grote woorden.
Maar met blikken. Met glimlachen. Met kleine zinnetjes die eigenlijk alles zeggen.
En toen zag ik mijn maatje.
Hij keek me aan… en ineens verscheen daar die grote glimlach.
‘Hé Bartje,’ zei hij, op zijn eigen manier.
Even later weer.
‘Hé Bartje.’
En nog een keer.
Elke keer met diezelfde blik. Alsof hij wilde zeggen: daar ben je weer.
Alsof er niks veranderd was.
En misschien was dat wel het mooiste moment van die hele middag.
De oprechte belangstelling.
De warmte.
Alsof ik niet “even weg” was geweest, maar gewoon gemist.
Ik merkte dat er iets in mij zacht werd. Iets wat ik zelf misschien nog niet helemaal doorhad. Want ziek zijn doet iets met je. Niet alleen fysiek, maar ook vanbinnen. Je wordt even patiënt in plaats van zorgverlener. Je staat ineens aan de andere kant.
En juist daarom voelde dit moment zo bijzonder.
Dit liet me weer zien waarom ik dit werk doe. Waarom de ouderenzorg voor mij geen “baan” is, maar een plek. Een plek waar ik mag zijn wie ik ben. Waar ik niet hoef te doen alsof. Waar mijn gevoeligheid geen last is, maar juist mijn kracht.
Een plek waar ik mag zorgen voor een ander… en soms, zonder dat iemand het doorheeft, ook een beetje zelf gedragen word.
Vandaag is het maandag.
En ik ga het weer proberen.
Nog niet volledig. Nog niet zoals eerst. Vandaag werk ik boventallig. Een beetje meelopen, een beetje voelen, een beetje zoeken naar mijn ritme.
En ergens hoop ik… dat ik aan het einde van deze week weer gewoon mee kan draaien. Zoals voor de nierstenen. Gewoon mijn werk doen, tussen de mensen, in de flow die zo vertrouwd voelt.
Maar misschien ook wel een klein beetje anders.
Want deze periode heeft me iets laten zien. Hoe het is om afhankelijk te zijn. Om pijn te hebben. Om niet vanzelfsprekend te kunnen doen wat je normaal doet.
En dat neem ik mee.
Niet als last.
Maar als iets waardevols.
Want misschien maakt dat me wel een betere zorgverlener. Iemand die nog iets beter begrijpt hoe het voelt… aan de andere kant.
En ondanks alles hoop ik natuurlijk dat die nierstenen nu echt wegblijven.
Maar wat blijft… is dit gevoel.
Dankbaarheid.
Voor mijn werk.
Voor de mensen.
Voor deze plek.
En voor het feit dat ik gewoon weer even mocht binnenlopen… en voelde:
hier hoor ik.



Opmerkingen