Zorgen voor de ander… en een beetje voor jezelf
- bartpookvennix
- 15 feb
- 2 minuten om te lezen

Lieve collega’s, Herkennen jullie dat?
Dat je ’s ochtends opstaat en je lijf zachtjes “au” zegt, maar jij antwoordt: niet zeuren, er wachten mensen op me.
Dat je nóg een rondje loopt.
Nóg even blijft zitten bij die mevrouw die haar man mist.
Nóg een kopje koffie inschenkt, terwijl je zelf al uren niet hebt gezeten.
Want zorgen… dat doen wij. Met hart en ziel.
In de ouderenzorg zijn we er altijd. Voor die meneer die ’s nachts bang is. Voor familie die het even niet meer weet. We dragen, troosten, regelen. En onszelf? Die zetten we vaak op pauze.
Ik deed dat ook.
Een zeurende pijn.
“Het zal wel overgaan.”
Drukte op het werk. Collega ziek. Extra dienst.
“Even volhouden.”
Tot ik toch naar de huisarts ging. Voor de zekerheid.
En ineens zat ik in het ziekenhuis voor een scan, daarna bij de uroloog.
De uitslag?
Een niersteen. Die zat er dus al meer als 5 weken.
Mijn lijf had gefluisterd. En ik had niet geluisterd.
Hopelijk zal ik de niersteen snel kunnen uitplassen. Want eerlijk? Het duurt me eigenlijk al veel te lang. Geduld is een schone zaak, maar wie dit ooit heeft meegemaakt weet dat ongemak je elke dag even herinnert: hier klopt iets niet.
En misschien zit daar de echte les.
Wij zeggen tegen bewoners:
“Herstel kost tijd.”
“Uw klacht is belangrijk.”
“U verdient zorg.”
Maar zeggen we dat ook tegen onszelf?
Een niersteen dwingt je tot voelen. Tot luisteren.
Tot erkennen dat ook wij kwetsbaar zijn.
Dus ik drink mijn water. Ik probeer het tempo iets te verlagen. Ik oefen in mildheid. En ondertussen hoop ik dat die steen snel besluit zijn koffers te pakken want sommige lessen mogen best wat korter duren.
Maar één ding weet ik zeker:
Je kunt alleen duurzaam zorgen voor een ander,
als je ook zorgt voor jezelf.
Laten we niet alleen waken over onze ouderen,
maar ook een beetje over elkaar.
En over onszelf.
Broeder Bartje


Opmerkingen